Bij inlingua leer je een taal zoals je je moedertaal leerde, maar dan veel sneller. Er wordt immers geen gebruik gemaakt van een tussentaal. Vertalingen zijn omwegen en vertragen het leerproces. Taalstructuren worden ingeoefend tot ze spontaan gebruikt worden. Dit kan, dankzij de kleine groepen (maximaal 6 cursisten) waarin elke cursist de kans krijgt te spreken.
In principe wordt er zo weinig mogelijk geschreven om zo snel mogelijk tot mondelinge communicatie te komen. Wanneer een cursist al een meer gevorderd niveau heeft, kan er uiteraard ook op schrijfvaardigheid gewerkt worden.
De taaltrainer geeft les in de doeltaal en gebruikt enkel de doeltaal. De cursist moet zo snel mogelijk denken in de doeltaal. De spreektijd behoort de cursist toe: De taaltrainers zijn erop getraind hun spreektijd tot het strikte minimum te beperken en de cursist maximaal de kans te geven om te spreken.
De taaltrainer onderwijst hoofdzakelijk mondeling en maakt zo weinig mogelijk gebruik van het geschreven woord of van het handboek. Een taal leer je door ze te spreken en ernaar te luisteren, niet door ze te lezen en te schrijven.
Met een verzameling losse woorden kan je niet efficiënt communiceren. Met correcte taalstructuren en woorden kan je echter eindeloos combineren en creatief zinnen bouwen.
De taaltrainer beperkt zijn grammaticale uitleg tot het strikte minimum. Wie met een auto wil leren rijden, moet ook niet weten hoe de motor werkt. De cursist leert door de taalmechanismen af te leiden uit de talrijke voorbeelden van de taaltrainer.
Als een papegaai een aantal standaardzinnen van buiten leren, is niet leren communiceren. De taaltrainer moedigt de cursist dan ook aan om de aangeleerde taal toe te passen op zijn persoonlijke leefwereld. Aan de hand van rollenspel wordt de cursist in verschillende situaties geplaatst om gepast te kunnen reageren.